Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
vergoedingvan de kosten rechtsbijstand aan gemachtigde Van Heest tot een bedrag van
€ 236,-.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie te Utrecht om het verzoek om kostenvergoeding af te wijzen. Het beroep is tijdig ingediend en ontvankelijk verklaard. De kantonrechter overweegt dat de officier van justitie op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht kan worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand die door een derde beroepsmatig is verleend.
De procedure betreft een Mulder-zaak waarbij het administratief beroep en het verzoek om stukken als rechtsbijstand worden aangemerkt, wat resulteert in een puntentoekenning volgens Bijlage A1 van het besluit. Met een wegingsfactor van 0,5, zoals gehanteerd door het hof in Leeuwarden, leidt dit tot een vergoeding van €236.
Omdat de inhoudelijke procedure door een gegrondverklaring van de officier van justitie is geëindigd, wordt het indienen van het beroepschrift tegen de afwijzing van de proceskostenvergoeding niet als een aparte procedure gezien. De kantonrechter veroordeelt de officier van justitie tot betaling van de kosten rechtsbijstand aan de gemachtigde van betrokkene.
Uitkomst: De officier van justitie wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten rechtsbijstand van €236.