Tussenconclusie over consequenties formele verzuimen
Welke gevolgen dient de constatering van deze formele verzuimen te hebben?
De rechtbank moet kiezen tussen twee mogelijkheden. De eerste is de klacht op formele gronden gegrond te verklaren vanwege de ondeugdelijkheid van de bestreden beslissing door de combinatie van drie wezenlijke vormverzuimen.
De tweede is te volstaan met de constatering van de formele verzuimen en de uitleg of motivering ter zitting te laten meewegen bij de beoordeling van de formele deugdelijkheid van de beslissing. Die laatste mogelijkheid kan niet zonder nadere motivering genomen worden, indachtig de hiervoor aangehaalde rechtspraak van de Hoge Raad.
Bij haar keuze acht de rechtbank diverse aspecten van belang.
Eén aspect is dat partijen zich ter zitting op het standpunt hebben gesteld dat betrokkene belang heeft bij een inhoudelijke beslissing.
Betrokkene zelf wil graag weten of haar behandelaar ‘goed’ of ‘fout’ zat bij de toediening van de dwangmedicatie.
Het standpunt van de behandelaar komt samengevat, begrijpt de rechtbank, hierop neer dat een inhoudelijke beslissing voor de behandeling van belang kan zijn omdat betrokkene vanuit haar stoornis de weinige mogelijkheden tot autonomie aangrijpt. Eén van haar beperkte mogelijkheden is het indienen van een klacht. Indien de rechtbank inhoudelijk beslist over de (on)gegrondheid van die klacht, kan betrokkene verder. Zonder inhoudelijk oordeel vreest de behandelaar vervolgprocedures en stagnatie van de behandeling zonder verdere verbetering van de toestand van betrokkene.
Voor de rechtbank weegt zwaar dat de Wet Bopz de mogelijkheid biedt tot ingrijpende inbreuken op het zelfbeschikkingsrecht van personen. Zij is gevoelig voor het argument dat betrokkene belang heeft bij een inhoudelijk oordeel over de juistheid van de door betrokkene begrijpelijk als inbreuk op haar zelfbeschikkingsrecht ervaren toepassing van dwangmedicatie.
Een andere aspect is dat formeel de beslissing op drie onderdelen gebreken vertoont, maar dat tijdens de behandeling ter zitting dat niet de kern van het debat van partijen zelf vormde. De rechtbank heeft immers de gebreken ambtshalve aan de orde gesteld.
Een volgend aspect is de aard van de verzuimen. Er is een schriftelijke beslissing, anders dan in andere zaken waarin vanwege het ontbreken van een dergelijke beslissing, de klacht zonder meer gegrond verklaard diende te worden. Onder de omstandigheden van dit geval, in het bijzonder de uitleg van de behandelaar over de gang van zaken, weegt het gebrek dat niet de behandelaar maar zijn waarnemer de door de behandelaar voorgenomen beslissing heeft genomen, minder zwaar, dan het niet vermelden van de rechtsgrond en het niet onomwonden vermelden van de termijn in het geval de rechtsgrond van extern gevaar is bedoeld.
Vast staat (thans) wel dat het de behandelaar is geweest die inhoudelijk heeft beslist tot dwangbehandeling. En bij zeer welwillend ‘inlezen’ kan als rechtsgrond die van het externe gevaar worden gezien en als termijn twaalf weken.
Een laatste aspect is dat aan betrokkene wel een schriftelijke beslissing is verstrekt en dat zij daartegen ook onmiddellijk een rechtsmiddel heeft aangewend. De mogelijkheid om de beslissing te laten, heeft zij dus benut.