ECLI:NL:RBOVE:2013:CA0423
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Klacht ongegrond verklaard over toepassing dwangmedicatie bij psychiatrische opname
Betrokkene diende een klacht in tegen de toepassing van dwangmedicatie tijdens haar opname in een psychiatrisch ziekenhuis. De klacht richtte zich op de rechtsgrond, proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid van de dwangbehandeling. De rechtbank stelde vast dat de schriftelijke beslissing tot dwangmedicatie formele tekortkomingen vertoonde, zoals het ontbreken van een ondertekening door de behandelaar en onduidelijkheid over de rechtsgrond en termijn.
Desondanks vond de rechtbank dat betrokkene belang had bij een inhoudelijke beoordeling van de klacht, mede vanwege het ingrijpende karakter van dwangmedicatie op het zelfbeschikkingsrecht. De rechtbank toetste de dwangmedicatie ex tunc tot en met 14 maart 2013 en concludeerde dat de dwangbehandeling gerechtvaardigd was omdat zonder medicatie het gevaar door de geestesstoornis niet binnen redelijke termijn zou zijn weggenomen.
De rechtbank oordeelde dat de dwangmedicatie proportioneel was, omdat deze niet langer werd toegepast dan nodig, subsidiariteit was gewaarborgd doordat andere behandelingsmogelijkheden waren uitgeput, en doelmatigheid was aanwezig doordat de medicatie bijdroeg aan verbetering van de toestand van betrokkene. De klacht werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de klacht tegen de toepassing van dwangmedicatie ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de dwangbehandeling.