ECLI:NL:RBOVE:2014:119
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking drank- en horecavergunning wegens hennepkwekerij in horecapand
Eiseres exploiteert sinds circa 1970 een café te Overdinkel en had sinds 1998 een geldige drank- en horecavergunning. In september 2012 werd bij een politieonderzoek een hennepkwekerij aangetroffen in opslagruimten achter het café. De burgemeester sloot het horecapand zes maanden op grond van de Opiumwet en trok vervolgens de drank- en horecavergunning in april 2013 in.
Eiseres stelde dat zij persoonlijk niet betrokken was bij de hennepkwekerij, die door haar zoon was opgezet. De officier van justitie besloot haar niet te vervolgen. De rechtbank oordeelde dat eiseres als exploitant toezicht had moeten houden op het pand en dat het niet aannemelijk was dat haar geen verwijt treft. De sluiting op grond van de Opiumwet stond vast, waardoor de burgemeester verplicht was de vergunning in te trekken.
De rechtbank concludeerde dat niet langer werd voldaan aan de eisen van de Drank- en Horecawet en dat de intrekking terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de drank- en horecavergunning.