Op 20 maart 2013 reed verdachte met haar personenauto op de Greekerinckskamp te Delden en verleende zij geen voorrang aan een fietser die van links naderde over de Hengelosestraat. Hierdoor ontstond een aanrijding waarbij het slachtoffer ten val kwam en later overleed. De rechtbank stelde vast dat het primair tenlastegelegde, roekeloos en zeer onvoorzichtig rijden, niet wettig en overtuigend bewezen was, maar dat het subsidiair tenlastegelegde feit van het niet verlenen van voorrang wel bewezen was.
Verdachte voerde aan dat sprake was van dode-hoekproblematiek door de linker A-stijl van haar auto, maar de rechtbank oordeelde dat een bestuurder in het verkeer voldoende zicht moet houden en dat verdachte dus geen beroep kon doen op afwezigheid van schuld. Er waren geen omstandigheden die de strafbaarheid uitsloten.
De rechtbank hield bij de strafoplegging rekening met het feit dat het een relatief geringe verkeersfout betrof met dramatische gevolgen, het berouw van verdachte, haar betrokkenheid bij de nabestaanden, en het ontbreken van eerdere veroordelingen. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een geldboete van €750 en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.