Eiseres vordert een voorschot van €24.000,- wegens ernstige letselschade na een verkeersongeval waarbij een vrachtwagen achteruitreed en haar auto raakte. Gedaagde, de WAM-verzekeraar van de vrachtwagen, erkent aansprakelijkheid voor de autoschade maar betwist het verband tussen het ongeval en de door eiseres gestelde nekhernia.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. Voor toewijzing van een geldvordering in kort geding is vereist dat het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn. Dit is hier niet het geval omdat het causaal verband tussen het ongeval en de letselschade onvoldoende vaststaat.
Eiseres overlegt medische stukken die een verband suggereren, maar gedaagde voert gemotiveerd verweer aan, onder meer dat niet voldaan is aan de NOV-Richtlijnen voor traumagerelateerde hernia's. Gezien het karakter van kort geding is nader deskundigenonderzoek noodzakelijk, wat hier niet mogelijk is.
De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van €2.708,-. Het vonnis is gewezen door voorzieningenrechter A.E. Zweers en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2014.