ECLI:NL:RBOVE:2014:1546
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing provisionele vordering wegens onvoldoende aannemelijkheid beroepsfout advocaat
Eisers vorderen in de hoofdzaak dat de rechtbank vaststelt dat verweerder als advocaat beroepsfouten heeft gemaakt die hebben geleid tot schade, en dat verweerder aansprakelijk is voor die schade. Deze vordering is voortgekomen uit een eerdere procedure waarin eisers onrechtmatig handelen werd toegerekend en schadevergoeding werd opgelegd.
In het incident vorderen eisers een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro om betaling van het schikkingsbedrag aan de advocaat van de erven van de tegenpartij, omdat zij dit bedrag niet uit eigen middelen kunnen voldoen. Verweerder voert verweer en betwist zowel de aansprakelijkheid als de ontvankelijkheid van eisers.
De rechtbank oordeelt dat hoewel aan de ontvankelijkheidseisen is voldaan, de vordering onvoldoende aannemelijk is en het spoedeisend belang niet voldoende is aangetoond. Er is twijfel over de vraag of beroepsfouten zijn gemaakt en of er causaal verband bestaat met de schade. Ook is de omvang van de schade niet duidelijk genoeg voor een voorschot. Het restitutierisico weegt mee tegen toewijzing. Daarom wordt de provisionele vordering afgewezen en de hoofdzaak verwezen naar beraad comparitie.
Uitkomst: De provisionele vordering wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt verwezen naar beraad comparitie.