ECLI:NL:RBOVE:2014:2014
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak vrachtwagenchauffeur na dodelijk verkeersongeval met fietser in Enschede
Op 26 februari 2013 vond in Enschede een verkeersongeval plaats waarbij een vrachtwagenchauffeur een fietser aanreed die daarbij overleed. De officier van justitie beschuldigde de chauffeur van aanmerkelijke schuld en het veroorzaken van gevaar in het verkeer. De verdachte verklaarde dat hij meerdere malen in zijn spiegels had gekeken en de fietser niet had gezien.
De rechtbank voerde een uitgebreid onderzoek uit, waaronder een verkeersongevalanalyse en een zichtreconstructie met de vrachtauto en een vergelijkbare fiets. Uit het onderzoek bleek dat de spiegels juist waren afgesteld en dat de fietser zichtbaar had kunnen zijn indien deze verlichting voerde. Echter kon niet worden vastgesteld of de fietser verlichting had en was de exacte positie van de fietser en vrachtauto niet meer met zekerheid vast te stellen.
De rechtbank concludeerde dat de verdachte een voorrangsfout had gemaakt door geen voorrang te verlenen aan de fietser, maar dat deze overtreding onvoldoende was om schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 te bewijzen. De verdachte had gehandeld volgens de voorschriften en het niet zien van de fietser kon hem niet worden verweten. Ook het subsidiaire verwijt van het veroorzaken van gevaar werd niet bewezen geacht.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde. De rechtbank erkende de ernst van het ongeval en het verdriet van de nabestaanden, maar oordeelde dat geen strafrechtelijk verwijt aan de verdachte kon worden gemaakt.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van schuld aan het dodelijk verkeersongeval.