Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
De kantonrechter;
Overweegt:
pro formaberoep ingesteld. Daarbij heeft zij namens [naam] verzocht om een vergoeding van proceskosten.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een beroep tegen de beslissing van de officier van justitie om een verzoek tot vergoeding van proceskosten na een sanctie wegens een verkeersovertreding te weigeren. De sanctie was opgelegd aan een persoon wegens het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom.
De rechtsbijstandverlener diende het beroep in, maar niet namens de persoon aan wie de sanctie was opgelegd. Hoewel zij een machtiging overlegde, stelde de kantonrechter vast dat het beroep niet namens die persoon was ingediend, maar op eigen naam van de rechtsbijstandverlener zelf. Omdat deze geen direct belang heeft bij het beroep, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De kantonrechter overwoog dat de rechtsbijstandverlener wel beroepsmatig rechtsbijstand verleent, maar dat dit niet leidt tot ontvankelijkheid omdat het belang ontbreekt. De beslissing van de officier van justitie om proceskosten niet te vergoeden blijft daarmee in stand.
Tenslotte wees de kantonrechter op de beperkte mogelijkheden tot hoger beroep tegen deze beschikking, conform artikel 14 WAHV Pro en jurisprudentie van het gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep van de rechtsbijstandverlener tegen de weigering van proceskostenvergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard.