ECLI:NL:RBOVE:2014:2125
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding bij beroep tegen verkeersboete wegens onvoldoende juridische scholing gemachtigde
Betrokkene was in beroep gegaan tegen een verkeersboete wegens het niet stoppen voor rood licht. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond omdat betrokkene onvoldoende bewijs had geleverd dat de overtreding niet had plaatsgevonden. Betrokkene werd bijgestaan door een gemachtigde die viereneenhalf uur aan de zaak besteedde en hiervoor een factuur indiende.
Betrokkene verzocht om vergoeding van deze proceskosten. De officier van justitie wees dit af omdat de gemachtigde niet voldeed aan de cumulatieve eisen van het Besluit proceskosten bestuursrecht: de rechtsbijstand moet beroepsmatig zijn verleend en de gemachtigde moet beschikken over voldoende juridische scholing.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel de activiteiten van de gemachtigde beroepsmatig zijn, niet is gebleken dat hij over voldoende juridische scholing beschikt om rechtsbijstand te verlenen. De argumenten van de gemachtigde vereisten geen juridische scholing en het handelen van de gemachtigde toonde geen bewijs van voldoende juridische kennis.
Daarom werd het verzoek om vergoeding van proceskosten afgewezen. Tevens werd vastgesteld dat het beroep niet meer ontvankelijk was omdat de sanctie door de officier van justitie was ingetrokken en betrokkene geen belang meer had bij het beroep.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten werd afgewezen wegens onvoldoende juridische scholing van de gemachtigde.