Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
2. [eiser 1],
3. [eiser 2],
1.De procedure
2.De feiten
http://www.senternovem.nl/bmkb/ook_voor_u/index.asp
Technologische innovatie
ABN-AMRO
Rechtbank Overijssel
Eisers, PCD Products B.V. en twee natuurlijke personen, sloten op 23 januari 2011 een kredietovereenkomst met ABN AMRO. Eisers hadden een innovatiekrediet beoogd, waarvoor zij S&O-verklaringen hadden overlegd, maar kregen een andere kredietfaciliteit zonder de mogelijkheid tot opschorting van aflossing. Na opzegging van de kredietovereenkomst door ABN AMRO wegens niet-nakoming ontstond een geschil over de aard van het verstrekte krediet en de zorgplicht van de bank.
In kort geding vorderden eisers schorsing van incasso- en executiemaatregelen totdat in een bodemprocedure is beslist over de vraag of sprake is van dwaling of schending van bijzondere zorgplicht door ABN AMRO. De bank vorderde betaling van openstaande bedragen en medewerking aan incasso- en executiemaatregelen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nader feitenonderzoek en bewijslevering in een bodemprocedure noodzakelijk zijn om de kernvragen te beantwoorden. Gezien het spoedeisende belang van eisers en het grotere belang daarvan ten opzichte van ABN AMRO werd de schorsing van incasso- en executiemaatregelen toegewezen onder de voorwaarde dat eisers binnen twee maanden een bodemprocedure starten.
De reconventionele vorderingen van ABN AMRO werden afgewezen wegens onduidelijkheid over de hoogte van de vordering en het ongewisse lot van de kredietovereenkomst. ABN AMRO werd veroordeeld in de proceskosten van eisers.
Uitkomst: Incasso- en executiemaatregelen worden geschorst totdat in een bodemprocedure is beslist over dwaling en schending van zorgplicht.