Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De beoordeling
Mr. Duiveman geeft namens de moeder aan dat ze wel wil worden opgeroepen.
Rechtbank Overijssel
In deze zaak heeft de verzoeker, vader van twee minderjarige kinderen, een wrakingsverzoek ingediend tegen de kinderrechter die de zaak betreffende de verlenging van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing behandelde. Het verzoek werd ingediend na de uitspraak ter zitting waarin de rechtbank het verzoek van de gezinsvoogdij-instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling toewijst en het verzoek van de vader om geen machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen afwijst.
De vader uitte direct na de uitspraak zijn onvrede en stelde dat de rechter partijdig was, omdat er volgens hem onvoldoende aandacht was voor zijn rol als vader en de mogelijkheid dat de kinderen bij hem zouden kunnen wonen. De kinderrechter schorstte de zitting kort en liet weten niet in de wraking te berusten.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste jurisprudentie geen wrakingsverzoek kan worden ingediend tegen een rechter die reeds een einduitspraak heeft gedaan in de zaak. Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak werd ingediend, wordt de verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing werd genomen door een kamer van drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2014.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen kinderrechter na einduitspraak wordt niet-ontvankelijk verklaard.