ECLI:NL:RBOVE:2014:3067
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing conservatoir beslag wegens onvoldoende aannemelijkheid van vexatoir beslag
Eisers en gedaagden zijn betrokken in een gerechtelijke procedure waarbij gedaagden conservatoir beslag legden op meerdere onroerende zaken van eisers. Eisers vorderden opheffing van het beslag, stellende dat het beslag vexatoir was en de beslaglegging de herfinanciering van hun schulden belemmerde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eisers onvoldoende bewijs leverden van de voorwaarden en zekerheden van de beoogde herfinanciering. Daarnaast was onduidelijk wat de waarde was van alle beslagen onroerende zaken, mede doordat slechts enkele woningen waren getaxeerd en andere objecten niet waren onderbouwd.
Voorts concludeerde de rechter dat de stellingen van eisers over de verkoopactiviteiten en marktwaarde van de woningen niet aannemelijk waren, mede door tegenstrijdige verklaringen en gebrek aan bewijs. De belangenafweging wees uit dat het belang van gedaagden bij het veiligstellen van hun verhaalsmogelijkheden zwaarder woog dan het belang van eisers om executoriale verkoop te voorkomen.
Daarom werd het verzoek tot opheffing van het conservatoir beslag afgewezen en werden eisers veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het conservatoir beslag werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van vexatoir beslag.