Partijen zijn sinds 1995 gehuwd en hebben drie minderjarige kinderen. De man verzoekt de echtscheiding uit te spreken en het ouderschapsplan onderdeel te maken van de beschikking. De vrouw verzet zich tegen de echtscheiding zolang geen billijke pensioenvoorziening is getroffen en verzoekt diverse voorzieningen omtrent hoofdverblijfplaats, gezag, omgang en alimentatie.
De rechtbank oordeelt dat ondanks het ontbreken van een gezamenlijk ouderschapsplan, het verzoek tot echtscheiding ontvankelijk is vanwege uiteenlopende standpunten. Het pensioenverweer van de vrouw wordt verworpen omdat zij over voldoende eigen middelen beschikt om zelf een pensioenvoorziening te treffen. De echtscheiding wordt uitgesproken.
De rechtbank bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw blijft en dat het gezamenlijk gezag wordt voortgezet. De zorg- en omgangsregeling wordt voorlopig aangehouden in afwachting van een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. De kinderalimentatie wordt vastgesteld op basis van draagkracht, waarbij de man 60% en de vrouw 40% van de kosten draagt. De partneralimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van behoeftigheid door de vrouw.
De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling van de zorg- en opvoedingstaken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk via het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.