Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering
- subsidiair: veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een dienovereenkomstig
(pensioen)bedrag;
- voorts veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de inmiddels ontstane achterstand respectievelijk betaling van die termijnen, totdat het pensioenfonds de uitkeringen aan [eiseres] rechtstreeks zal hebben hervat.
4.Het verweer
5.De beoordeling
Tevens zou [gedaagde] de opgelopen achterstand, waaronder begrepen de termijnen die eventueel nog door [eiseres] gemist zouden worden, zou inlopen met een éénmalige betaling van € 1.000,-- en verder met ingang van 1 mei 1014 met een betaling van € 200,-- per maand totdat de gehele achterstand zou zijn voldaan, terwijl [gedaagde] geen wettelijke rente over die achterstand verschuldigd zou zijn.