ECLI:NL:RBOVE:2014:3550

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 juni 2014
Publicatiedatum
1 juli 2014
Zaaknummer
C/08/150352 / KG ZA 14-13
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • J.H. van der Veer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering betaling achterstallige pensioentermijnen tussen ex-echtelieden

Eiseres en gedaagde, ex-echtelieden, hadden een regeling getroffen waarbij eiseres sinds 1 april 2006 rechtstreeks pensioen van gedaagde ontving van het Philips Pensioenfonds. Vanaf 1 november 2013 stopte gedaagde deze rechtstreekse betaling eenzijdig, waardoor eiseres inkomsten miste. Eiseres vorderde in kort geding medewerking van gedaagde om de pensioenuitkering te hervatten en betaling van de achterstallige termijnen.

Gedaagde voerde aan dat de regeling uit 2006 leidde tot belastingheffing en dat hij vanwege hoge kosten door ziekte de gelden zelf nodig had. De rechtbank oordeelde dat de pensioenuitkering noodzakelijk is voor het levensonderhoud van eiseres en dat de belastingproblematiek niet rechtvaardigt dat gedaagde de betaling stopzet.

Ter zitting was afgesproken dat gedaagde een schriftelijk verzoek aan het pensioenfonds zou richten om de betaling aan eiseres te hervatten en de achterstand in termijnen zou inlopen. Omdat gedaagde dit niet had gedaan en niet reageerde op verzoeken, wees de voorzieningenrechter de vordering toe en legde een dwangsom op voor het nalaten van medewerking. De proceskosten werden gecompenseerd.

Uitkomst: Gedaagde wordt bevolen medewerking te verlenen aan directe pensioenbetaling aan eiseres en tot betaling van achterstallige termijnen onder dwangsom.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer / rolnummer: C/08/150352 / KG ZA 14-13
Vonnis in kort geding van 25 juni 2014
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
eiseres,
advocaat mr. A.M.G. Buitink te Winterswijk,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat mr. R. Mastenbroek te Rotterdam.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Na dagvaarding uitgebracht op 24 maart 2014 heeft mondelinge behandeling van
dit kort geding plaatsgevonden op 22 april 2014 en is voortgezet op 5 juni 2014. Daarna heeft [eiseres] bij bericht van 12 juni 2014 vanwege het uitblijven van medewerking c.q. uitvoering geven aan een getroffen regeling, alsnog vonnis verzocht.
1.2.
Het vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[eiseres] en [gedaagde] zijn ex-echtelieden en hebben in onderling overleg overeenstemming bereikt over de verrekening van de pensioenrechten van [gedaagde] als weergegeven in de inleidende dagvaarding die hier als ingelast en herhaald dient te worden beschouwd.
2.2.
Op grond daarvan ontvangt [eiseres] sinds 1 april 2006 rechtstreeks van het Philips Pensioenfonds het volledige pensioen van [gedaagde].
2.3.
Met ingang van 1 november 2013 heeft [gedaagde] éénzijdig die rechtstreekse betaling echter stopgezet en aan zichzelf doen verrichten met als gevolg dat [eiseres] sedertdien de betrokken inkomsten mist.

3.De vordering

3.1.
[eiseres] vordert samengevat:
- primair veroordeling van [gedaagde] tot het verlenen van medewerking aan het verstrekken van een machtiging aan het Philips Pensioenfonds opdat aan [eiseres] automatisch maandelijks de pensioenrechten worden overgemaakt op straffe van een dwangsom;
- subsidiair: veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een dienovereenkomstig
(pensioen)bedrag;
- voorts veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de inmiddels ontstane achterstand respectievelijk betaling van die termijnen, totdat het pensioenfonds de uitkeringen aan [eiseres] rechtstreeks zal hebben hervat.

4.Het verweer

4.1. [gedaagde] voert verweer tegen de vorderingen, dat in hoofdzaak neerkomt op de stelling dat de in 2006 overeengekomen gang van zaken voor hem tot bijtelling van en belastingheffing over het aan [eiseres] uitgekeerde pensioenbedrag leidt en hij overigens vanwege hoge kosten veroorzaakt door ernstige ziekte de betroken gelden zelf nodig heeft.

5.De beoordeling

5.1.
Hoewel het hier in wezen een geldvordering betreft, is onweersproken dat voor [eiseres] de betrokken periodiek uitkering tot levensonderhoud strekt en noodzakelijk is, waarmede spoedeisendheid van de zaak is gegeven.
5.2.
Ter zitting is reeds aangegeven dat de bijtelling en extra-inkomstenbelasting problematiek voor [gedaagde] allereerst een sequeel van de tussen partijen in 2006 gesloten regeling zijn, daarnaast zeer beperkt van omvang zijn en kunnen moeten worden opgelost door correcte aangifte IB en eventuele verdere administratieve maatregelen (zijdens [gedaagde]), maar zeker niet door het éénzijdig stopzetten van de pensioenuitkering aan [eiseres].
5.3.
Ter zitting van 22 april 2014 is afgesproken dat [gedaagde] voor herstel van de rechtstreekse uitkeringen door het Philips Pensioenfonds aan [eiseres] zou zorgdragen, waartoe een schriftelijk door hem aldaar in te dienen verzoek toereikend zou zijn.
Tevens zou [gedaagde] de opgelopen achterstand, waaronder begrepen de termijnen die eventueel nog door [eiseres] gemist zouden worden, zou inlopen met een éénmalige betaling van € 1.000,-- en verder met ingang van 1 mei 1014 met een betaling van € 200,-- per maand totdat de gehele achterstand zou zijn voldaan, terwijl [gedaagde] geen wettelijke rente over die achterstand verschuldigd zou zijn.
5.4.
Gezien de inhoud van het bericht van [eiseres] van 12 juni 2014, waaruit - onder meer - blijkt dat tot dan toe door [gedaagde] niet aan het Philips Pensioenfonds een verzoek is gericht de uitkeringen in het vervolg (weer) rechtsreeks aan [eiseres] te verrichten en het verzoek van [eiseres] om een vonnis met een dienovereenkomstig dictum te willen wijzen, waarop door [gedaagde], ondanks herhaald verzoek door de griffier dezer rechtbank, niet is gereageerd, acht de voorzieningenrechter de vordering van [eiseres] als na te melden toewijsbaar.
5.5.
De voorzieningenrechter begrijpt dat de afspraak omtrent het inlopen van de achterstand voor [eiseres] op zich voldoende is.
5.6.
Gezien het feit dat het ex-echtelieden betreft, is er aanleiding de proceskosten tussen hen te compenseren.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
beveelt [gedaagde] om binnen vier dagen na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan het verstrekken van een machtiging aan het Philips Pensioenfonds opdat aan [eiseres] automatisch maandelijks de pensioenrechten worden overgemaakt, zulks onder oplegging van een dwangsom te voldoen door [gedaagde] aan [eiseres] ter hoogte van € 500,--, voor elke dag, met een maximum van € 10.000,--, dat [gedaagde] nalaat een daartoe strekkende machtiging te verstrekken aan het Philips Pensioenfonds,
6.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.3.
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt,
6.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. van der Veer en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2014 in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.type: