Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoekster],
[belanghebbende],
Het procesverloop
- op 3 maart 2014 een brief van mr. Kikkert van 27 februari 2014 met bijlagen;
- op 31 maart 2014 een brief van mr. Belshof met bijlagen.
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn in 2007 gehuwd en in 2013 gescheiden waarbij de minderjarige zoon zijn hoofdverblijfplaats bij de man kreeg. De vrouw verzocht om partneralimentatie en een bijdrage in de kosten van levensonderhoud, terwijl de man dit betwistte en stelde dat de vrouw met een bijstandsuitkering kan voorzien in haar levensonderhoud en dat hij al kosten voor de minderjarige draagt.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw behoeftig is en dat haar behoefte op €1.477,- per maand wordt vastgesteld, rekening houdend met het netto besteedbaar gezinsinkomen, het kindgebonden budget en de kosten van de minderjarige. De man wordt geacht 70% van de kosten van de minderjarige te dragen vanwege zijn grotere zorgverdeling.
De draagkracht van de man is berekend op basis van het gemiddelde resultaat van zijn onderneming over 2010-2012, met aftrek van woonlasten en andere lasten, en vastgesteld op een bijdrage van €579,- per maand aan partneralimentatie. De rechtbank wijst het verzoek tot wettelijke indexering af omdat dit al wettelijk is geregeld. Elk van de partijen draagt zijn eigen proceskosten.
Uitkomst: De man moet vanaf 14 januari 2014 maandelijks €579,- partneralimentatie betalen en 70% van de kosten van de minderjarige dragen.