Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[belanghebbende 1],
2.mr. B.A.M. Oude Breuil, bijzondere curator,
- de vrouw, bijgestaan door mr. Tijken;
- de man, bijgestaan door mr. Ter Brake;
- mr. Oude Breuil, in zijn hoedanigheid als bijzondere curator.
Rechtbank Overijssel
De vrouw verzocht de rechtbank om de erkenning van haar minderjarige kind door de man te vernietigen, omdat deze niet de biologische vader is en geen contact meer onderhoudt met het kind sinds het beëindigen van hun relatie. De man erkende het kind in 2012 en kreeg samen met de vrouw het gezamenlijk ouderlijk gezag. De vrouw stelde dat het in het belang van het kind is dat zij het gezag alleen krijgt, omdat de man geen verantwoordelijkheid wenst te nemen.
De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming onderschreven het verzoek van de vrouw, stellende dat het voortzetten van het gezamenlijk gezag en de erkenning tot verwarring en praktische problemen zou leiden voor het kind. De rechtbank oordeelde dat de erkenning vernietigd moet worden met terugwerkende kracht, waardoor het kind de geslachtsnaam van de moeder draagt en zij het eenhoofdig gezag krijgt.
De rechtbank wees het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam af, omdat de wet bepaalt dat de geslachtsnaam automatisch wordt aangepast na vernietiging van de erkenning. De rechtbank beval tevens de registratie van deze wijziging in het gezagsregister en de geboorteakte. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden.
Uitkomst: De erkenning van de minderjarige door de man wordt vernietigd, de moeder krijgt het eenhoofdig gezag en de geslachtsnaam van het kind wordt teruggebracht naar die van de moeder.