Het college van burgemeester en wethouders van Borne verleende op 13 januari 2014 een omgevingsvergunning aan een derde partij voor het ombouwen van een voormalig badhuis, een rijksmonument, tot uitvaarthuis met onder meer een extra uitrit en inloopdeur. Diverse inwoners van Borne, eisers, stelden beroep in tegen dit besluit, met name vanwege bezwaren over de parkeerdruk en verkeersveiligheid.
De rechtbank oordeelde dat een deel van de eisers niet-ontvankelijk was omdat zij geen zienswijzen hadden ingediend. De bestemming van het perceel stond de functiewijziging toe en de vergunning was in dat opzicht terecht verleend. De rechtbank verwierp de bezwaren over bevoordeling en de noodzaak van de extra uitrit omdat deze niet onderbouwd waren.
Wel oordeelde de rechtbank dat de motivering van het college over de benodigde parkeerruimte onvoldoende was, vooral met betrekking tot condoleancebijeenkomsten waarvoor geen helderheid over het aantal bezoekers en parkeerbehoefte was gegeven. Dit leidde tot vernietiging van het besluit en de opdracht aan het college om opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank wees erop dat toekomstige parkeerproblemen buiten dit geschil vallen en dat de eisers geen proceskostenvergoeding kregen omdat zij geen professionele rechtsbijstand hadden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.