Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- het tijdens de behandeling tegen gedaagde verleende verstek.
Rechtbank Overijssel
Partijen waren gehuwd en gescheiden met gezamenlijk gezag over vier kinderen, waarvan drie minderjarig. Gedaagde was eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf met contactverbod gedurende de proeftijd, welke inmiddels was verstreken.
Eiseres vorderde een straat- en contactverbod voor drie jaar wegens vermeende bedreigingen en hinder door gedaagde, onderbouwd met politieverklaringen over incidenten in mei 2014, waaronder een enkele doodsbedreiging en binnendringen van de woning.
De voorzieningenrechter erkende de verstoorde relatie en het spoedeisend belang, maar oordeelde dat de ernst en stelselmatigheid van de gedragingen onvoldoende waren aangetoond om een ingrijpend verbod te rechtvaardigen. Ook werd gewezen op het ontbreken van een procedure namens de minderjarige kinderen.
De vordering werd afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten. De rechter benadrukte dat gedaagde geen vrijbrief heeft om eiseres te benaderen en dat bij nieuwe ontoelaatbare gedragingen opnieuw een vordering kan worden ingesteld.
Uitkomst: De vordering tot straat- en contactverbod wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van stelselmatige bedreigingen.