Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker],
[belanghebbende],
Het procesverloop
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 7 maart 2014;
- het verweerschrift, met bijlagen, binnengekomen op 6 mei 2014.
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn in 1976 gehuwd en in 2004 gescheiden waarbij de man aan de vrouw partneralimentatie moest betalen. In 2006 is een alimentatieovereenkomst gesloten met een niet-wijzigingsbeding. De man verzoekt de alimentatie te verlagen en uiteindelijk te beëindigen vanwege het wegvallen van zijn inkomen per 2 juli 2014.
De vrouw verzet zich tegen wijziging op grond van het niet-wijzigingsbeding en stelt dat de man rekening had kunnen houden met werkloosheid. De rechtbank overweegt dat het niet-wijzigingsbeding doorbroken kan worden bij een ingrijpende, onvoorziene wijziging van omstandigheden.
De man was sinds 2011 werkloos en ontving een WW-uitkering die eindigde per 2 juli 2014. De rechtbank oordeelt dat het niet voorzienbaar was dat de man met zijn opleiding geen baan zou vinden en dat hij zich voldoende heeft ingespannen. Hierdoor ontstaat een onredelijke wanverhouding waardoor het beding niet langer geldt.
De alimentatie wordt daarom vanaf 2 juli 2014 op nihil gesteld. Voor de periode daarvoor blijft het beding van kracht omdat de man toen nog een WW-uitkering ontving. Elke partij draagt de eigen kosten van de procedure.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vanaf 2 juli 2014 op nihil gesteld vanwege het wegvallen van het inkomen van de man.