Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser 1],
[eiser 2],
[eiser 3],
[eiser 4],
[eiser 5],
[eiser 6],
[eiser 7],
Rechtbank Overijssel
Op 7 september 2009 verleende het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hengelo een vergunning voor de bouw van een bedrijfsverzamelgebouw met 26 units achter de woningen van eisers. Eisers maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege overtreding van de bouwverordening en parkeerproblemen, maar het bezwaar werd door het college ongegrond verklaard.
Eisers stelden vervolgens beroep in bij de bestuursrechter, die op 20 oktober 2011 de beslissing op bezwaar vernietigde wegens een gebrek aan deugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen van het primaire besluit in stand liet. Eisers vorderden daarop schadevergoeding wegens waardevermindering van hun woningen.
De rechtbank Overijssel oordeelt dat de vernietiging van de beslissing op bezwaar niet automatisch betekent dat het primaire besluit onrechtmatig is. Omdat eisers geen hoger beroep hebben ingesteld, heeft het primaire besluit formele rechtskracht gekregen en moet het als rechtmatig worden beschouwd.
De rechtbank stelt vast dat het parkeerplan realiseerbaar is en dat de gemeente het belang van de vergunninghoudster mocht laten prevaleren boven dat van eisers. Er is geen sprake van een onrechtmatige overheidsdaad en daarom worden de schadevorderingen afgewezen. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten, die inclusief advocaatkosten op € 2.740,-- zijn begroot.
Uitkomst: De vorderingen tot schadevergoeding worden afgewezen omdat het primaire besluit formele rechtskracht heeft en geen onrechtmatige overheidsdaad is vastgesteld.