ECLI:NL:RBOVE:2014:5591
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Stam
- Lemain
- Wentink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs valse leveringsovereenkomsten
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het samen met een ander opmaken van valse leveringsovereenkomsten in juni 2007. De tenlastelegging hield in dat verdachte documenten had vervalst met het oogmerk deze als echt te gebruiken, terwijl het bedrijf in kwestie per 1 juni 2007 was opgeheven.
Tijdens de terechtzitting op 22 september 2014 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging besproken. De officier van justitie vorderde een werkstraf van 30 uur, terwijl de verdediging stelde dat niet bewezen kon worden dat verdachte het oogmerk tot misleiding had.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om het oogmerk van misleiding aan verdachte toe te rekenen. Hoewel de overeenkomsten valselijk waren opgemaakt, ontbrak het bewijs dat verdachte bewust handelde met het oog op misleiding.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde. Het vonnis werd op 20 oktober 2014 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het oogmerk tot misleiding bij het opmaken van valse leveringsovereenkomsten.