Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met producties,
- de door [gedaagde] ingediende producties,
- de mondelinge behandeling,
- de pleitnota van [eiseres].
Rechtbank Overijssel
Partijen, ex-echtgenoten, zijn in gemeenschap van goederen gehuwd en in 2010 gescheiden. De rechtbank heeft bij beschikking bepaald dat gedaagde de woning mag blijven bewonen gedurende zes maanden na inschrijving van de echtscheiding. Eiseres is gemachtigd om de woning te verkopen, maar gedaagde werkt niet mee aan bezichtigingen, wat de verkoop frustreert.
Eiseres vordert primair ontruiming van de woning en subsidiair medewerking aan bezichtigingen, een verbod op aanwezigheid van gedaagde tijdens bezichtigingen en onderhoud van de tuin. De rechtbank oordeelt dat de primaire vordering te ver gaat en dat het doel ook via de subsidiaire vorderingen kan worden bereikt.
De voorzieningenrechter wijst de subsidiaire vorderingen toe, omdat gedaagde onvoldoende meewerkt en de verkoop daardoor wordt belemmerd. Het verbod op aanwezigheid en de dwangsommen worden gemaximeerd. De vordering tot tuinonderhoud wordt afgewezen, omdat gedaagde heeft toegezegd dit via een stichting te laten verzorgen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken op 27 november 2014.
Uitkomst: De vorderingen tot medewerking aan bezichtigingen en verbod op aanwezigheid van gedaagde worden toegewezen, terwijl de ontruiming en tuinonderhoud worden afgewezen.