Op 24 augustus 2014 gooide verdachte een blikje naar een fietser, het slachtoffer, die hierdoor ten val kwam. Vervolgens schopt verdachte het slachtoffer meerdere keren met geschoeide voet tegen het hoofd terwijl het slachtoffer op de grond lag. De rechtbank spreekt verdachte vrij van poging tot doodslag en zware mishandeling, omdat onvoldoende bewijs bestaat voor opzet op overlijden en causale relatie met het letsel door de val. Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan poging tot zware mishandeling door de schoppen.
De rechtbank legt een gevangenisstraf van vijf maanden op, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden waaronder begeleiding door de reclassering. De straf is lager dan het oriëntatiepunt vanwege poging en persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot betaling van € 1.781,35 aan het slachtoffer voor medische kosten en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente.
De rechtbank acht de dagvaarding geldig, is bevoegd en verklaart de officier van justitie ontvankelijk. De bewijsvoering steunt op getuigenverklaringen, medische rapporten en proces-verbalen. Verdachte heeft geen strafuitsluitingsgronden aangevoerd. De bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht zijn opgelegd vanwege de persoonlijke situatie van verdachte en het belang van gedragsbegeleiding.