ECLI:NL:RBOVE:2014:6482

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 december 2014
Publicatiedatum
9 december 2014
Zaaknummer
08/955793-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs stalking en vernieling

De rechtbank Overijssel behandelde op 9 december 2014 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van stalking en vernieling. De tenlastelegging betrof het stelselmatig en wederrechtelijk schenden van de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer door onder meer het sturen van sexueel getinte sms-berichten en het vernielen van afrasteringen en paardenvoer.

De officier van justitie vorderde een werkstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. Tevens werd een schadevergoeding van €1000,-- wegens immateriële schade gevorderd namens het slachtoffer.

De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was en dat zij bevoegd was de zaak te behandelen. Na beoordeling van het bewijs oordeelde de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte de tenlastegelegde feiten had begaan. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij.

De benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen omdat verdachte werd vrijgesproken en zij hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer in Almelo.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van stalking en vernieling wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08/955793-13
Datum vonnis: 9 december 2014
Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres].

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 november 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Hermelink en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. L. van der Werff, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1:[slachtoffer] heeft gestalkt;
feit 2:goederen heeft vernield en/of beschadigd.
Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2012 tot en met de maand juni
2013 te Losser en/of Hengelo (O) en/of Borne en/of Oldenzaal, in elk geval in
Overijssel, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op
de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander,
met het oogmerk die persoon, in elk geval die ander te dwingen iets te doen,
niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers
= heeft hij, verdachte, die persoon veelvuldig (sexueel getinte en/of
beledigende) sms-jes gestuurd en/of meermalen gebeld en/of
= heeft hij, verdachte, meermalen de afrastering van de bij die [slachtoffer] in
gebruik zijnde weiland(en) vernield, althans geforceerd en/of het toegangshek
van die/dat weiland(en) opengezet (o.a. forceren van een slot en/of
doorknippen van een lint) en/of het in dat/die weilanden aanwezige
(paarden)voer vermengd met middelen die ongeschikt zijn voor consumptie door
dieren;
2.
hij in of omstreeks de periode van 01 augustus 2011 tot en met de maand juni
2013 te Losser, althans in Overijssel, opzettelijk en wederrechtelijk
= heeft hij, verdachte, meermalen de afrastering van de bij die [slachtoffer] in
gebruik zijnde weiland(en) en/of
= het toegangshek van die/dat weiland(en) en/of
= het in dat/die weilanden aanwezige (paarden)voer en/of
= een of meerdere hooibalen en/of
= bedrading van een (paarden)trailer,
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer],
in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of
beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake de feiten sub 1 en sub 2 wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest, en een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de officier van justitie geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van [slachtoffer] tot een bedrag van € 1000,-- wegens immateriële schade met oplegging daarbij van de schadevergoedingsmaatregel. [slachtoffer] dient voor de rest van het gevraagde bedrag in haar vordering volgens de officier van justitie niet ontvankelijk te worden verklaard. [naam 1], [naam 2], [naam 3] en [naam 4] dienen volgens de officier van justitie voor het gehele bedrag in hun vordering niet ontvankelijk te worden verklaard, nu een causaal verband tussen deze vorderingen en de feiten op de tenlastelegging van verdachte ontbreekt.

4.De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5.De beoordeling van het bewijs

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6.De schade van benadeelden

6.1
De vorderingen van de benadeelde partijen
[slachtoffer], [naam 1], [naam 2], [naam 3] en [naam 4], allen wonende te [woonplaats] aan de [adres], hebben zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces.
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partijen niet ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vordering, nu verdachte van de tenlastegelegde feiten wordt vrijgesproken.

7.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak/bewezenverklaring
- verklaart niet bewezen dat verdachte het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
schadevergoeding
- verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer], [naam 1], [naam 2], [naam 3] en [naam 4] niet ontvankelijk in hun vordering en bepaalt dat zij hun vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. F.H.W. Teekman en
mr. C.C.S. Koppes, rechters, in tegenwoordigheid van P.G.M. Klaassen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2014.