Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De vordering van de officier van justitie
4. De voorvragen
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.De strafbaarheid van de verdachte
9.De schade van benadeelden
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart dat het onder 2 ten aanzien van het eerste deel bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert en ontslaat verdachte op dat onderdeel van alle rechtsvervolging;
- verklaart het (overigens) bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat dat bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
- verklaart verdachte strafbaar voor dat onder 1 en 2 bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
- stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2];