Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- [minderjarige 1], geboren te [plaats 2] op [geboortedatum 1] 2006, en
Voornoemde kinderen zijn geboren uit de relatie van verzoekster en de heer [vader], verder te noemen “de vader”.
Rechtbank Overijssel
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kinderrechter mr. C. Verdoold die belast was met de behandeling van de zaak over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kinderen. Zij vreesde vooringenomenheid omdat dezelfde kinderrechter eerder een verzoek tot plaatsing van de kinderen in een netwerkpleeggezin had afgewezen.
De wrakingskamer heeft onderzocht of er sprake was van subjectieve of objectieve onpartijdigheid. Er werd vastgesteld dat de subjectieve onpartijdigheid niet in het geding was en dat de enkele eerdere beslissing van de kinderrechter geen grond voor wraking oplevert zonder bijkomende omstandigheden.
Het hof had de eerdere beschikking van de kinderrechter op formele gronden vernietigd, waardoor de kinderrechter niet gebonden is aan een eerder oordeel. De wrakingskamer concludeert dat er geen feiten of omstandigheden zijn die wijzen op vooringenomenheid of de schijn daarvan.
Daarom is het wrakingsverzoek afgewezen en kan de kinderrechter objectief en zonder vooringenomenheid de zaak verder behandelen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.