Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker],
[belanghebbende],
Het procesverloop
- een brief van mr. Hoevers d.d. 6 augustus 2014;
- een brief van mr. Atto d.d. 18 augustus 2014.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van vader om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige te wijzigen naar hem toe. Dit verzoek volgde op signalen over problemen in de verzorging en opvoeding bij moeder, bevestigd door meldingen bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). De minderjarige was seksueel misbruikt door de ex-partner van moeder en voelde zich onveilig en onzeker in haar situatie bij moeder.
Na een periode van verblijf bij vader ontwikkelde de minderjarige zich goed en voelde zij zich veilig. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de hoofdverblijfplaats bij vader vast te stellen en een omgangsregeling met moeder op dat moment niet mogelijk te achten vanwege angst en het ontbreken van medewerking van moeder aan contactherstel via jeugdhulpverlening.
Moeder betwistte de problemen en was niet bereid te communiceren met vader of mee te werken aan begeleid contact. De rechtbank oordeelde dat het wijzigen van de hoofdverblijfplaats een ingrijpende maatregel is, maar dat zwaarwegende omstandigheden aanwezig zijn die het belang van de minderjarige dienen.
De rechtbank wees het verzoek van vader tot wijziging van de hoofdverblijfplaats toe en wees het verzoek van moeder tot vaststelling van een omgangsregeling af. De rechtbank gaf de ouders de uitdrukkelijke aanbeveling hun strijd te staken en in het belang van de minderjarige samen te werken.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt vastgesteld bij vader en het verzoek tot omgangsregeling met moeder wordt afgewezen.