De rechtbank Overijssel behandelde een letselschadezaak waarin eiseres vergoeding vorderde voor schade als gevolg van een ongeval in augustus 1999. De procedure betrof diverse schadecomponenten waaronder verlies van arbeidsvermogen, huishoudelijke hulp, verlies aan zelfwerkzaamheid, onverzekerde medische kosten, reiskosten, overige schade, smartengeld en buitengerechtelijke kosten.
De rechtbank bevestigde dat de schade geleden tot 1 januari 2014 toewijsbaar is en wees de vorderingen toe, waarbij zij onder meer het verlies aan arbeidsvermogen vaststelde op €123.982,00. Kosten voor huishoudelijke hulp en verlies aan zelfwerkzaamheid werden eveneens toegewezen, evenals onverzekerde medische kosten en reiskosten. De rechtbank wees een smartengeldvergoeding toe van €16.500,00, inclusief een verhoging van 10% vanwege literatuurdiscussies over smartengeldhoogte.
De rechtbank wees buitengerechtelijke kosten deels toe, waarbij zij de redelijkheid van de gemaakte kosten beoordeelde en een deel van de kosten voor rechtsbijstand vergoedde. De vordering tot vergoeding van verhuiskosten werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en de schadebeperkingsplicht. Tot slot veroordeelde de rechtbank de verzekeraar OVZ tot betaling van in totaal €279.698,79, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, en tot afgifte van een schriftelijke belastinggarantie.