ECLI:NL:RBOVE:2014:914
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging voortzetting gebruiksrecht huurwoning bij beëindiging affectieve relatie
Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen in een huurwoning waarvan de huurovereenkomst op beider naam stond. Na beëindiging van de relatie verliet eiseres de woning met haar drie kinderen, maar keerde terug onder de voorwaarde dat gedaagde vervangende woonruimte zou zoeken, wat niet gebeurde. De situatie werd onhoudbaar voor eiseres, die wederom bij haar moeder introk.
Eiseres vorderde dat gedaagde de woning verlaat en niet meer betreedt, onder dwangsom. Gedaagde stelde zich op het standpunt dat hij tijd nodig heeft om passende woonruimte te vinden vanwege zijn justitiële verleden, en vorderde in reconventie hetzelfde van eiseres.
De voorzieningenrechter maakte een belangenafweging en oordeelde dat het belang van eiseres, met zorgplicht voor drie jonge kinderen, zwaarder weegt dan het belang van gedaagde. Daarom werd de vordering van eiseres toegewezen en die van gedaagde afgewezen. Gedaagde kreeg een termijn van veertien dagen om te vertrekken, met een dwangsom bij overtreding. De proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: Gedaagde moet de huurwoning binnen veertien dagen verlaten en mag deze niet zonder toestemming betreden, onder dwangsom.