ECLI:NL:RBOVE:2014:970
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over uitleg en afwikkeling echtscheidingsconvenant inzake fiscale teruggaven, lease-opbrengsten en woonlasten
Partijen, gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en gescheiden in 2009, zijn in geschil over de uitleg en afwikkeling van hun echtscheidingsconvenant. Het geschil betreft onder meer de verdeling van belastingteruggaven, de opbrengst van leaseovereenkomsten die in een procedure tegen Dexia zijn vernietigd, en de woonlasten van de voormalige echtelijke woning.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op vernietiging van het convenant op grond van artikel 7:904 BW Pro faalt, omdat geen ernstige gebreken in de totstandkoming of inhoud zijn gesteld die vernietiging rechtvaardigen. De fiscale regeling in artikel 6.1 van het convenant blijft daarmee geldig.
De uitleg van het convenant vindt plaats aan de hand van de Haviltex-maatstaf, waarbij niet alleen de tekst maar ook de wederzijdse verwachtingen en omstandigheden worden meegewogen. De rechtbank stelt vast dat de opbrengst van de leaseovereenkomsten gelijkelijk moet worden verdeeld, zoals partijen tijdens het huwelijk gewend waren, en dat de woonlasten tot verkoop van de woning door de man alleen gedragen worden, waarbij de vrouw recht heeft op vergoeding van door haar voorgeschoten kosten.
De rechtbank veroordeelt partijen tot wederzijdse betaling van bedragen respectievelijk voor belastingteruggaven en voorgeschoten woonlasten, met wettelijke rente, en compenseert de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen toe en bevestigt de geldigheid van het echtscheidingsconvenant zonder vernietiging.