Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
2. [gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
4.De beoordeling
13. Ook in dit kort geding kan de voorzieningenrechter (voorlopig oordelend) tot geen andere conclusie komen dan dat beide achterliggende partijen niet handelen vanuit het belang van [K]. De vordering van [K] als vermeld onder II. van het petitum zal daarom worden afgewezen op dezelfde gronden als vermeld in het vonnis van 20 juni 2014.