Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de op 6 februari 2015 door de vrouw ingediende stuk
- de op 10 februari 2015 door de man ingediende stukken
- de mondelinge behandeling
- de wijziging van eis
- de pleitnota van de man
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben een woning met een hypothecaire lening. De man is in 2013 uit de woning vertrokken, waarna de vrouw de woning tot december 2014 alleen bewoonde. De vrouw vordert betaling van achterstallige bijdragen en maandelijkse betalingen door de man voor hypotheeklasten, overige woonlasten en een doorlopend krediet.
De man betwist de hoogte en het bestaan van de achterstallige betalingen en stelt dat hij deels heeft voldaan, mede door verrekening van belastingteruggave. Ook betwist hij de juistheid van de overige woonlasten en stelt dat hij niet vrijwillig de woning heeft verlaten. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende bewijs is geleverd voor de achterstallige betalingen tot 2015, waardoor deze vordering wordt afgewezen.
Wel wordt de man veroordeeld tot betaling van zijn aandeel in de hypotheeklasten, overige woonlasten en doorlopend krediet vanaf 1 januari 2015 tot de verkoop van de woning. Proceskosten worden gecompenseerd. De rechtbank benadrukt dat nadere bewijslevering voor sommige geschilpunten aan de bodemrechter is.
De uitspraak is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2015.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld tot betaling van zijn aandeel in hypotheeklasten, woonlasten en doorlopend krediet vanaf 1 januari 2015, maar vordering tot betaling achterstallige bedragen wordt afgewezen.