Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
dan welmet de hiervoor genoemde persoon ontuchtige handelingen heeft gepleegd, terwijl zij toen niet de leeftijd van zestien jaren had bereikt;
Rechtbank Overijssel
Verdachte werd beschuldigd van het plegen van seksuele en ontuchtige handelingen met een minderjarig slachtoffer tussen 2009 en 2013. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van drie jaar en een schadevergoeding van €6.000. De verdediging betwistte de aantijgingen en stelde dat het bewijs onvoldoende was.
Tijdens de zitting werd vooral de verklaring van het slachtoffer besproken, die door de rechtbank als inconsistent en deels onsamenhangend werd beoordeeld. Daarnaast was er geen onafhankelijk steunbewijs; alle verklaringen waren terug te voeren op het slachtoffer zelf. Ook was het contact tussen verdachte en het slachtoffer volgens verklaringen in de relevante periode verbroken.
De rechtbank concludeerde dat ondanks het niet uitgesloten zijn van seksuele handelingen, het bewijs niet voldeed aan het wettelijk bewijsminimum. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en wees de civiele schadevordering af, omdat deze alleen bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksuele misdrijven.