De rechtbank Overijssel behandelde het beroep van omwonenden tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen om een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een pluimveestal voor 53.500 dieren te Albergen. Eisers voerden onder meer aan dat zij ten onrechte niet als belanghebbenden werden aangemerkt en dat het besluit in strijd was met het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring van enkele eisers onterecht was, omdat de afstand tot de stal en de mogelijke geurhinder hun belangen rechtstreeks raakt. Daarnaast stelde de rechtbank vast dat een bepaling in het bestemmingsplan die afwijking van bouwregels mogelijk maakt, in strijd is met de Wet ruimtelijke ordening en daarom onverbindend is.
Hierdoor was het college niet bevoegd om af te wijken van het bestemmingsplan en moest het bestreden besluit worden vernietigd. De rechtbank gelastte het college om opnieuw op het bezwaar te beslissen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werden griffierecht en proceskosten aan eisers toegekend.