Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. A.E. Postmaen van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen een taxichauffeur die werd verdacht van het plegen van ontuchtige handelingen tijdens taxiritten met twee vrouwelijke passagiers in Zwolle in oktober 2012 en februari 2013.
De officier van justitie vorderde een taakstraf wegens poging tot aanranding, gebaseerd op verklaringen van de slachtoffers en getuigen die een beeld schetsten van seksueel grensoverschrijdend gedrag van verdachte. Verdachte ontkende de ten laste gelegde feiten stellig.
De rechtbank onderzocht de bewijsmiddelen, waaronder rittenstaten, verklaringen van de slachtoffers en getuigenverklaringen over het gedrag van verdachte. De verklaringen van getuigen betroffen echter niet direct de tenlastegelegde feiten en konden niet als steunbewijs dienen. De verklaringen van de slachtoffers waren niet door andere onafhankelijke bronnen bevestigd.
Gezien het ontbreken van voldoende steunbewijs achtte de rechtbank de tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De uitspraak werd gedaan door mr. F. van der Maden, voorzitter, mr. L.J.C. Hangx en mr. M. van Bruggen op 2 juni 2015.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.