Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[Z],
[gedaagde 5],
Rechtbank Overijssel
In deze zaak staat een geschil tussen aandeelhouders van een adviesbureau centraal over de geldigheid en naleving van non-concurrentie- en relatiebedingen in een management- en aandeelhoudersovereenkomst. De heer Z, via zijn holding Y, had een managementovereenkomst met de vennootschap Woonplaats, die hij heeft opgezegd. Woonplaats vordert onder meer een verbod op concurrerende activiteiten van Z en Y en geheimhouding.
De voorzieningenrechter stelt vast dat Z geen partij is bij de managementovereenkomst en dat de vorderingen jegens aanverwante partijen De Visionair, B&S en Z's zus worden afgewezen. De opzegging door Z is geldig, maar de opzegging met onmiddellijke ingang door Woonplaats niet. Er is onvoldoende bewijs dat Z het non-concurrentiebeding overtreedt en het is niet redelijk dat Woonplaats enerzijds niet aan haar verplichtingen voldoet en anderzijds het beding afdwingt.
In reconventie vordert Y betaling van een voorschot wegens niet-nakoming door Woonplaats. De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat Woonplaats tot betaling gehouden is en kent een voorschot van € 25.000 toe. De overige vorderingen, waaronder een rectificatie, worden afgewezen. Woonplaats wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Woonplaats af en kent een voorschot van € 25.000 toe aan Y.