Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
[gedaagde 5],
Rechtbank Overijssel
Eiser, eigenaar van een pand aan de Marktstraat 6 te Enschede, verhuurde dit aan verschillende exploitanten die de horecagelegenheid onder de naam 'Eethuis Laila' dreven. Gedaagde vennootschap onder firma voerde de handelsnaam 'Eethuis Laila' en huurde het pand van eiser van 2010 tot 2015.
Eiser vorderde onder meer het staken van het gebruik van de handelsnaam door gedaagden en een voorschot op huurachterstand en schadevergoeding. De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser geen onderneming onder de handelsnaam 'Eethuis Laila' voert en daarom geen recht heeft op bescherming van die handelsnaam.
Daarnaast werd het gevorderde voorschot afgewezen omdat eiser onvoldoende spoedeisend belang had aangetoond en de vordering zich niet leent voor kort geding. De kosten van de procedure werden aan eiser opgelegd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af wegens ontbreken van handelsnaamgebruik door eiser en onvoldoende spoedeisend belang voor voorschot op huur en schade.