Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de producties 1 t/m 7 van de vrouw
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van de man
- de pleitnota van de vrouw
- de eis in reconventie.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde een kort geding tussen voormalige echtgenoten over een executoriaal derdenbeslag gelegd onder de werkgever van de man. De man vorderde opheffing van het beslag en schorsing van de executie van een vonnis waarbij hij een onderbedelingsvordering aan de vrouw moest voldoen. Hij stelde niet over voldoende middelen te beschikken en betoogde dat het beslag misbruik van recht was.
De vrouw had de hypothecaire schulden afgelost en vorderde betaling van de onderbedelingsvordering, inclusief buitengerechtelijke incassokosten. De man bood een betalingsregeling aan, die de vrouw afwees. De voorzieningenrechter oordeelde dat het vonnis niet op een misslag berust en dat geen noodtoestand was ontstaan die schorsing van de executie rechtvaardigt. Het belang van de vrouw bij executie woog zwaarder dan het belang van de man.
Verder stelde de vrouw buitengerechtelijke incassokosten te vorderen, maar de rechtbank oordeelde dat het feitelijk executiekosten betrof die niet als buitengerechtelijke kosten kunnen worden gevorderd. De vordering tot vergoeding van wettelijke rente werd deels afgewezen omdat de vrouw reeds een executoriale titel had. De kosten van het geding werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vordering tot opheffing van het executoriaal beslag en vergoeding buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.