Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Woonstichting De Woonplaats
1.procedure
Ter zitting verschenen namens De Woonplaats de heren [S] en [T], bijgestaan door mr. Warfman. [X] is verschenen in persoon, bijgestaan door mr. Buursen.
Rechtbank Overijssel
De Woonplaats heeft de huurovereenkomst met [X] opgezegd wegens dringend eigen gebruik in het kader van sloop en herstructurering van het complex. Zij vorderde ontruiming van de woning binnen acht dagen na vonnis, met dwangsommen bij niet-naleving.
[X] betwist de spoedeisendheid van de vordering en wijst erop dat hij onverwijld na opzegging heeft laten weten niet in te stemmen met beëindiging, en dat De Woonplaats geen bodemprocedure is gestart zoals voorgeschreven in artikel 7:272 lid 2 BW Pro. Tevens stelt hij dat de belangenafweging ten gunste van zijn woonrecht uitvalt.
De kantonrechter oordeelt dat De Woonplaats geen spoedeisend belang heeft aangetoond, mede omdat zij lang heeft gewacht met het instellen van een bodemprocedure. De korte ontruimingstermijn is onredelijk gezien de nog lopende voorbereidingen voor sloop en nieuwbouw. De vordering wordt daarom afgewezen. De Woonplaats wordt veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter benadrukt dat [X] niet voor onbepaalde tijd kan blijven, maar dat partijen in goed overleg tot een oplossing moeten komen.
Uitkomst: De ontruimingsvordering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en onvoldoende gebruik van wettelijke procedures.