ECLI:NL:RBOVE:2015:3082
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte faillissementsfraude door ontbreken wettig bewijs
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van feitelijk leidinggeven aan faillissementsfraude bij twee failliete BV's. De tenlastelegging betrof het onttrekken van bedrijfsmiddelen zoals een kraan, Caterpillar 330B, powerscreen zeef en schrootschaar aan de boedels van de failliete vennootschappen.
De officier van justitie vorderde een veroordeling voorwaardelijk gevangenisstraf en taakstraf, stellende dat verdachte medepleger was. De verdediging voerde aan dat verdachte niet betrokken was bij onttrekking en dat de transacties civielrechtelijk waren toegestaan. De rechtbank onderzocht de bewijsvoering en concludeerde dat de levering van de kraan buiten de tenlastegelegde periode viel en dat onvoldoende bewijs bestond dat de zeef binnen de periode was overgebracht. Ook was niet bewezen dat de schrootschaar afkomstig was van de failliete bedrijven.
Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte integraal vrij van alle tenlastegelegde feiten. De rechtbank oordeelde dat verdachte niet de kwaliteit van gefailleerde had en geen feitelijk leidinggevende was van de failliete vennootschappen, waardoor artikel 341 Sr Pro niet van toepassing was. Het vonnis werd uitgesproken op 19 juni 2015 door de meervoudige kamer te Almelo.
Uitkomst: Verdachte is integraal vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.