De rechtbank Overijssel behandelde een verzoek van de man tot wijziging van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn minderjarige kind [A]. De man was gehuwd met een nieuwe partner met twee kinderen, en de vrouw had eveneens een nieuwe relatie met twee kinderen. De rechtbank stelde vast dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden, waaronder een hoger inkomen van de man.
De rechtbank berekende de behoefte van alle minderjarige kinderen van beide ouders en verdeelde de draagkracht van de man en vrouw naar rato van die behoefte. Voor het kind [A] werd de behoefte vastgesteld op €200,- per maand in 2015, verminderd met het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop. De man werd gehouden een bijdrage te leveren van €52,- per maand in 2014 en €33,- per maand vanaf 1 januari 2015.
De rechtbank wees het verzoek van de vrouw af om de bijdrage zonder terugwerkende kracht vast te stellen en bepaalde als ingangsdatum van de gewijzigde bijdrage 24 november 2014. De rechtbank wees de proceskosten ieder voor eigen rekening toe en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.