Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
8 januari 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.E. Postmaen van wat door de verdachte en zijn raadsman mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De vordering van de officier van justitie
4.De voorvragen
5.De beoordeling van het bewijs
1 januari 2012 tot 9 december 2012, zodat verdachte van dat deel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken. Evenmin bevat het dossier voldoende bewijsmiddelen ten aanzien van belaging van [slachtoffer 3] die hiervan overigens ook geen aangifte heeft gedaan. De rechtbank zal verdachte daarom ook van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken.
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
belaging
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De op te leggen straf of maatregel en de gronden daarvoor
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
- stelt als
- stelt als
- draagt de reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;
- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
maatregel
- legt op de maatregel dat de veroordeelde zich gedurende 2 jaren niet zal ophouden in het gebied te Zwolle (wijk Stadshagen) dat ligt tussen het [straatnamen], inclusief genoemde straten;
- legt op de maatregel dat de veroordeelde gedurende 2 jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], ook inhoudende het opzoeken van [slachtoffer 2] tijdens voetbaltrainingen en -wedstrijden;
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 1 maand voor iedere keer dat niet aan de maatregelen wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichting ingevolge de opgelegde maatregelen niet op;
- beveelt dat de op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opgelegde maatregelen dadelijk uitvoerbaar zijn;
mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Blauw, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2015.