ECLI:NL:RBOVE:2015:3852
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- G.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot naleving concurrentiebeding na ontslag op staande voet
PM Hemar vordert in kort geding dat haar voormalig werknemer, na ontslag op staande voet, zich houdt aan het concurrentiebeding uit de arbeidsovereenkomst. De werknemer is in 2013 in dienst getreden en is in augustus 2014 op staande voet ontslagen wegens overtreding van het nevenwerkzaamhedenverbod. Na diverse procedures en een voorwaardelijke ontbinding is het dienstverband per januari 2015 geëindigd.
PM Hemar stelt dat de werknemer na het einde van het dienstverband werkzaamheden verricht voor een relatie van PM Hemar, waarmee het concurrentiebeding wordt overtreden. De vordering tot naleving van het concurrentiebeding wordt toegewezen, waarbij de dwangsom wordt gematigd tot € 500 per dag met een maximum van € 50.000. De werknemer betwist de feiten en het spoedeisend belang van de boetevordering.
De rechtbank oordeelt dat PM Hemar voldoende belang heeft bij de naleving van het concurrentiebeding, ondanks de gedeeltelijke overdracht van activiteiten aan een andere vennootschap. De vordering tot betaling van de verbeurde boetes wordt afgewezen omdat het spoedeisend belang daarvoor ontbreekt. De kosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De werknemer wordt verboden het concurrentiebeding te overtreden met een gematigde dwangsom, terwijl de vordering tot betaling van boetes wordt afgewezen.