Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De vordering van de officier van justitie
4.De voorvragen
5.De beoordeling van het bewijs
- verdachte en [slachtoffer] hebben op 24 december 2013 en op 23 januari 2014 ruzie gehad in de woning aan de [adres] in Hengelo (O);
- verdachte en [slachtoffer] waren op 23 januari 2014 onder invloed van cocaïne, weed en alcohol;
- verdachte heeft [slachtoffer] tijdens de ruzie op 23 januari 2014 gebeten, tegen de bank aan geduwd, met zijn knieën op haar armen gezeten en aan haar haren getrokken;
- [slachtoffer] heeft op 23 januari 2014 diverse letsels opgelopen (zie nader te bespreken deskundigenrapport van dr. Kubat);
- verdachte heeft op 23 januari 2014 tussen 08.27 uur en 10.02 uur op een mobiele telefoon via internet diverse google-zoekslagen uitgevoerd waaronder de termen ‘ademt niet’ en ‘blauwe lippen’;
- verdachte heeft op 23 januari 2014 zijn werkgever een tekstbericht gestuurd om 08.53 uur inhoudende: ‘Ben op ziekenhuis met vriendin, gaat niet goed, [verdachte]’;
- verdachte heeft op 23 januari 2014 [slachtoffer] na de zoekslagen op internet naar de slaapkamer gebracht;
- verdachte heeft op 23 januari 2014 in de slaapkamer seks met [slachtoffer] gehad en verdachte is daarna in slaap gevallen;
- verdachte heeft [slachtoffer] onder de douche gezet, nadat hij op 23 januari 2014 weer wakker was geworden;
- verdachte heeft op 23 januari 2014 om 16.25 uur met het alarmnummer 112 gebeld;
- [slachtoffer] is op 23 januari 2014 overleden.
kunnen zijn.Met betrekking tot de mogelijkheid van een combinatie van cocaïne en het uitgeoefende geweld heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte, hoewel hij wist dat [slachtoffer] onder invloed was, [slachtoffer] niet opzettelijk is gaan mishandelen zodat hij niet opzettelijk haar dood heeft veroorzaakt. De opzet daartoe, ook in voorwaardelijke zin, ontbreekt.
onmisbare schakelkunnen hebben gevormd in de gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid, alsmede dat ook aannemelijk is dat het
gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door die gedraging is veroorzaakt.
onmisbare schakelkunnen hebben gevormd in de gebeurtenissen die tot de dood van [slachtoffer] hebben geleid.
naar haar aard geschiktis om dat gevolg teweeg te brengen en die gedraging bovendien
naar ervaringsregels van dien aard is dat zij het vermoeden wettigt dat deze heeft geleid tot het intreden van het gevolg.Daarbij kan ook worden betrokken in hoeverre aannemelijk is geworden dat ten verwere gestelde andere, niet aan de bewezenverklaarde gedraging gerelateerde oorzaken hoogstwaarschijnlijk niet tot dat gevolg hebben geleid. [1]
naar haar aard geschiktis om de dood te weeg te brengen. De rechtbank leidt daarnaast uit de deskundigenrapportage van dr. Van de Goot af dat het geweld
naar ervaringsregels van dien aard is dat dit het vermoeden wettigt dat dit heeft geleid tot het intreden van de dood.Uit het vorenoverwogene volgt dat het uitgeoefende geweld onder de gegeven omstandigheden op relevante wijze kan hebben bijgedragen aan het intreden van de dood van [slachtoffer].
hoogst waarschijnlijk is dat de handelingen van verdachte in relevante mate hebben bijgedragen aan het ingetreden gevolg.
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 1 december 2014, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering (Sv);
- het toxicologisch onderzoek in lichaamsmateriaal van [slachtoffer] opgemaakt door deskundige dr. K.J. Lusthof, toxicoloog bij het NFI, van 20 februari 2014, pagina’s 6 en 11.
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De op te leggen straf of maatregel
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 primair en subsidiair, 3 en 5 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1A, 4 en 5 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1A, 4 en 5 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
maatregel
- gelast dat de verdachte
- gelast dat de terbeschikkinggestelde
- gelast de teruggave van de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen aan de verdachte;
- gelast de bewaring van de inbeslaggenomen voorwerpen inhoudende forensische sporen van het slachtoffer.