Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
- de dagvaarding met 17 producties;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring tevens conclusie van antwoord in de hoofdzaak;
- de akte tot referte in het incident.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
In deze civiele procedure vordert de curator van het faillissement van [K] vernietiging van de verkoop van varkensrechten en roerende zaken aan [A], dochter van de maten van [K]. De curator stelt dat de verkoop paulianeus is omdat de varkensrechten onder de marktwaarde zijn verkocht en de verrekening met mestafvoerkosten onrechtmatig is. Tevens vordert hij teruglevering en schadevergoeding.
[A] betwist de vorderingen en vordert in een incident de oproeping van Rabobank Centraal Twente in vrijwaring, omdat deze bank de opbrengst van de niet verpande varkensrechten heeft ontvangen. De rechtbank oordeelt dat [A] onvoldoende heeft gemotiveerd waarom Rabobank gehouden zou zijn tot vrijwaring.
De vordering tot oproeping in vrijwaring wordt daarom afgewezen en [A] wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt aangehouden tot de comparitie van 14 oktober 2015.
De rechtbank overweegt dat voor toewijzing van een vordering tot oproeping in vrijwaring vereist is dat de vordering tegen de vrij te waarderen partij afhankelijk is van de hoofdvordering en dat de rechtsverhouding tussen partijen dit rechtvaardigt. Dit is hier niet aannemelijk gemaakt.
Het vonnis is gewezen door mr. M.M. Lorist te Almelo op 16 september 2015.
Uitkomst: De vordering tot oproeping in vrijwaring wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt aangehouden tot comparitie.