ECLI:NL:RBOVE:2015:4496
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoekster, een gescheiden vrouw met drie minderjarige kinderen en werkzaam als leerkracht, vroeg toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuld van ruim €119.000, voornamelijk aan haar hypotheekverstrekker. Zij werkte sinds augustus 2012 minder uren vanwege emotionele belasting en ontving een netto salaris van ongeveer €1.800 per maand.
De rechtbank constateerde dat verzoekster kort voor haar aanvraag nog aanzienlijke aankopen deed, waaronder computers en een televisiemeubel, met de motivatie dat dergelijke uitgaven na toelating niet meer mogelijk zouden zijn. Tevens besteedde zij een te hoog ontvangen salaris zonder dit te reserveren voor schuldeisers. Deze gedragingen duiden volgens de rechtbank op kwade trouw en een gebrek aan saneringsgezindheid.
Verder waren er schulden ontstaan vlak voor de aanvraag, waaronder een schuld aan haar werkgever, die eveneens als te kwader trouw werd beoordeeld. Gezien deze omstandigheden achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat verzoekster haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen.
Op grond van artikel 288, eerste lid, onder b en c, van de Faillissementswet wijst de rechtbank het verzoek af. De hardheidsclausule is niet van toepassing. Het vonnis werd uitgesproken op 3 juli 2014 door de rechtbank Overijssel.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende saneringsgezindheid.