ECLI:NL:RBOVE:2015:4497
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens verzwijging en benadeling schuldeisers
Betrokkene is toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar de rechter-commissaris heeft voorgedragen deze regeling tussentijds te beëindigen op grond van artikel 350 lid 3 sub e en Pro f Faillissementswet. Dit vanwege het verzwijgen van de overdracht van aandelen in Digos Holding b.v. vlak voor de toelating en het niet melden van een vordering van Digos Holding op betrokkene.
Tijdens de zitting verklaarde betrokkene dat hij dacht dat de overdracht gunstig was voor de boedel en dat hij niet bewust zaken heeft verzwegen. De bewindvoerder stelde echter dat betrokkene verplicht was deze feiten te melden bij de toelatingszitting, zodat de rechtbank de toelating beter had kunnen beoordelen.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene zijn inlichtingenplicht niet naar behoren is nagekomen en dat hierdoor de goede trouw ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van schulden niet kon worden vastgesteld. De selectieve melding en verzwijging duiden op het ontbreken van een saneringsgezinde houding.
Hoewel de rechtbank niet vaststelt of er daadwerkelijk benadeling van schuldeisers heeft plaatsgevonden, is het niet nakomen van de inlichtingenplicht en het ontbreken van goede trouw voldoende reden voor tussentijdse beëindiging van de regeling. De regeling wordt beëindigd en gevolgd door faillissement. Het verzoek om ontslag van de bewindvoerder wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van de inlichtingenplicht en volgt dit op met faillissement.