De gemeente Haaksbergen verleende op 24 september 2014 een vergunning voor het evenement 'Auto- en motorsportief' met een monstertruckstunt, zonder een concrete risico-inschatting. Tijdens het evenement op 28 september 2014 reed de monstertruck het publiek in, met drie doden en 28 gewonden tot gevolg. Na bezwaar van derde-partijen handhaafde de gemeente de vergunning, waarbij zij een nadere uitleg gaf over de veiligheidsvoorwaarde van dranghekken op 10 meter afstand.
Eiseres, de organisator, stelde dat deze aanscherping van de veiligheidsnorm achteraf onaanvaardbaar was en haar aansprakelijkheid kon vergroten. De rechtbank oordeelde dat eiseres procesbelang had omdat het bestreden besluit een nadere normstelling inhield die zij vooraf niet kon voorzien en waar zij zich niet op kon voorbereiden.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente bij het bestreden besluit het rechtszekerheidsbeginsel schond en de belangen niet zorgvuldig afwoog, waardoor het besluit niet deugdelijk gemotiveerd was. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.