Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- Wat betreft het in de zaak met parketnummer 08.730570-15 onder primair ten laste gelegde kan geen bewezenverklaring volgen omdat er, nu verdachte zich nog op het terrein bevond op het moment dat hij door de politie werd overlopen, geen sprake is van een voltooide diefstal. Daarnaast kunnen de ten laste gelegde ‘braak’, nu er geen schade is aan het hek, en ook ‘inklimming’ niet bewezen worden verklaard.
- Wat betreft de in de zaak met parketnummer 08.730461-15 ten laste gelegde bedreiging, is op grond van het dossier alleen steunbewijs aanwezig voor de woorden: “Ik gooi een handgranaat op het UWV”. Het moet voor aangever duidelijk zijn geweest dat verdachte niet daadwerkelijk over een handgranaat beschikte. Derhalve is niet vast komen te staan dat de uitlating van verdachte de redelijke vrees kon doen ontstaan dat de gevolgen van het gooien van een handgranaat daadwerkelijk zouden kunnen intreden. De verdediging verwijst op dit punt naar HR 28 maart 2006, NSr 2006, 171.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08.730570-15 primair, in de zaak met parketnummer 08.730461-15 en het in de zaak met parketnummer 08.730407-15 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
- legt op
- beslist tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voorzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel na één jaar na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel.