ECLI:NL:RBOVE:2015:5230
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing faillissement en toepassing schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van de schuldenaar tot opheffing van het faillissement, uitgesproken op 18 september 2013, onder gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. De schuldenaar was niet verschenen op de zitting van 26 mei 2015, ondanks oproeping en aanwezigheid van de curator.
De curator stelde dat de schuldenaar niet te goeder trouw was, mede vanwege het ontstaan van een huurschuld van circa €5.000 tijdens het faillissement en het niet afdragen van ontvangen belastingtoeslagen van €6.135 aan de boedel. Tevens was de woonplaats van de schuldenaar onbekend en was er onvoldoende communicatie.
De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van de ontstane schulden en dat hij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zou nakomen. Gezien het gedrag en de ontstane schulden werd het verzoek afgewezen op grond van artikel 288 lid 1 sub b en Pro c Faillissementswet.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende aannemelijkheid van nakoming verplichtingen.